Energie & duurzaamheid

Energie en duurzaamheid

De wereld om ons heen verandert in een rap tempo. Hoge dynamiek zowel in positieve als in negatieve zin. De ontwikkelingen op wereldniveau zoals klimaatverandering, materiaalschaarste, olieprijzen, voedsel (water) crisis, en kredietcrisis noodzaken ons om op een andere manier naar de wereld te kijken en zaken anders te benaderen. Doorgaan op dezelfde voet is op de langere termijn niet houdbaar.

De noodzaak van een duurzame samenleving valt eigenlijk niet meer te ontkennen. Onze inzet is om duurzaamheid vanaf de eerste ontwerpschetsen in te brengen. Inzet van middelen die onze omgeving niet belasten maar juist bevrijdend en verrijkend werken. Gebouwen maken die efficiënt samengesteld zijn en die geen onnodig afval veroorzaken.

Om ons heen zien we een toename van deze bewustwording om te komen tot een duurzame manier van leven. Zowel t.a.v. gebruik van materialen als bij de inzet van de toegepaste energietechniek.Bij het materiaal gebruik spelen onder andere de impact op het milieu, de levensduur en de mate van recyclebaar een rol. Denk in dit verband ook aan de Cradle to cradle gedachte.

Bij energiegebruik is de Trias Energetica van belang. Hierbij wordt in drie stappen het streven naar een zo duurzaam mogelijke energievoorziening aangeduid:  

  1. Beperk de vraag naar energie door toepassen van vraagbeperkende maatregelen;
  2. Gebruik zoveel mogelijk duurzame energiebronnen om de energie die nog nodig is op te wekken; 
  3. Zet efficiënte technieken in om het resterende energieverbruik op te wekken.

De reeds vermelde bewustwording uit zich ook in de door de overheid aangegeven doelstellingen:

  • het tempo van energiebesparing de komende jaren verdubbelen van 1% nu naar 2%
  • het aandeel duurzame energie in 2020 verhogen van ongeveer 2% nu naar 20% van het totale energiegebruik.

Concreet is de aanscherping van de EPC (EnergiePrestatieCoëfficiënt)-waarde

  • per 2002 EPC:1,0
  • per 2006 EPC: 0,8
  • per 2011 EPC: 0,6
  • per 2015 EPC: 0,4

Daarbij zijn ook de ambities van de huidige regering op dit gebied aanzienlijk teruggeschroefd. Gevaar is dus zeer wel aanwezig dat Nederland gaat achterlopen op de ons omringende landen.

Tegelijkertijd zien we echter ook een toename van middelen om duurzaamheid te meten zoals Green calc+, Dutch green building council en Breeam. Daarnaast zijn marktpartijen steeds meer actief om nieuwe duurzame en energiezuinige technieken toe te passen en te ontwikkelen.

De bandbreedte van toepassingsgebieden is groot. Met betrekking tot de gebouwde omgeving kan al bij de ideevorming over gebiedsontwikkeling gedacht worden over middelen en technieken die uitgaan van duurzaamheid en energiebewustzijn. Verdere uitwerking op gebouwniveau (zowel utiliteitsbouw als woningbouw) kan dan plaatsvinden. Uiteraard kan dit ook alleen op gebouwniveau plaatsvinden maar is dan minder effectief dan wanneer enige relatie met de (directe) omgeving wordt  gezocht. Denk in dit verband ook aan de ontwikkeling van smart grids.

In de loop der jaren zijn verschillende gebouwmodellen ontwikkeld die proberen een antwoord te vinden op het energievraagstuk:

  • Zon georienteerd bouwen: 
- EPC kleiner dan 0,68 (in het geval van woningen)
- Minimaal 2 vormen van duurzame energie opwekking
- Maatregelen tegen oververhitting
  • Energie-0: 
- Wekt op jaarbasis zijn energiebehoefte volledig op
- Levert het overschot van energie aan het energienet in de zomer en onttrekt energie aan het net in de winter
  • Kasgebouw: 
- Creëren van een bufferruimte middels een aangebouwde serre (kas) die een overgangszone vormt tussen buiten- en binnenklimaat waardoor grote temperatuursverschillen gedempt worden.
  • Passiefbouw:

- Passiefbouw is een bouwwijze voor nieuwbouw en renovatie waarmee een buitengewoon laag energiegebruik (maximaal 15 kWh per m2 vloeroppervlak per jaar voor nieuwbouw) voor ruimteverwarming wordt bereikt, waarbij in zomer en winter een goed en comfortabel binnenklimaat en luchtkwaliteit gegarandeerd zijn. Een conventioneel verwarmingssysteem (radiatoren) is in een dergelijk gebouw niet langer noodzakelijk om de ruimten te verwarmen.

  • Autarkisch gebouw: - Een vergaande vorm van energie neutraliteit, gebouw wordt totaal los gekoppeld van het net.
  • Laag energiegebouw: 
- Woning waarbij niet tot een uiterste wordt gegaan van wat technisch mogelijk is, maar waar energiebeheer een belangrijk aandachtspunt vormt. EPC-waarde rondom 0,5-0,6
  • Actiefgebouw
- Ontwikkeling van een energieneutrale zelfs energieleverende gebouw als vervolgstap op het passiefbouwen. Gewaarborgd comfort, betaalbare oplossingen.

Vaak zijn deze verschillende concepten ontwikkeld bij de particuliere woningbouw. Ze zijn echter ook toepasbaar op grotere schaal. We zien hier dan ook steeds meer voorbeelden van. Verschillende woningbouwcorporaties, semi-overheden zowel als opdrachtgevers in de marktsector zijn druk doende om op verschillende manieren invulling te geven aan andere bouwwijzen. Ook in het kader van hergebruik en herontwikkeling. Recente standpunten over toekomstige bouwscenario’s sluiten hier ook steeds meer bij aan.

Op gebouwniveau zijn een aantal algemene maatregelen toepasbaar die bij een duurzaam energiegebruik van belang zijn:

  • Compact bouwen (beperken van geveloppervlakte)
  • Beperken van het aantal gevelopeningen aan de noordzijde
  • Gevelopeningen en verblijfruimtes zoveel mogelijk op het zuiden oriënteren
  • Afstemmen van het ruimtegebruik alsmede hun onderlinge relaties

Ook op het gebied van herontwikkeling of hergebruik zijn steeds meer ontwikkelingen gaande. Wat in het kader van energiezuinigheid een juiste maatregel kan zijn, sloop van een verouderd, ongeïsoleerd gebouw, is vanuit duurzaamheid (behoud van materialen) wellicht een verkeerde.  Dilemma’s doen zich hierbij dus voor waarbij continue afwegingen gemaakt dienen te worden (ook i.r.t. de prijs-kwaliteit verhouding).